Alles beweegt: voorzitter Dansbelang reageert op sectoradvies dans 2018 van Raad voor Cultuur

sectoradvies dans 2018 raad voor cultuur

Vincent Harry, voorzitter van Dansbelang NBDO, vindt inspiratie in het onlangs gepubliceerde sectoradvies dans 2018 door de Raad voor Cultuur. Hij doet een brede oproep.

Geachte lezers en Dansminnenden,

Alles beweegt is de titel van het sectoradvies dans 2018 door de Raad voor Cultuur. De raad verwijst hiermee vrij naar de Griekse filosoof Heraclitus en zijn visie op de wereld die hij bundelde in zijn Panta rhei, doorgaans vertaald met ‘alles stroomt’. Wanneer ik in het voorwoord bovendien Pina Baush geciteerd zie: “Tanzt, tanzt, tanzt, sonst sind wir verloren”, dan bonst mijn hart, vol blijde verwachting en start ik met het lezen. Het sectoradvies blijkt een gestructureerd en goed leesbaar document waaruit ik vooral inspiratie put; de aanbevelingen en met name de specificaties stemmen werkelijk verwachtingsvol en maken nieuwsgierig hoe de overheid met de aanbevelingen om zal gaan.

De adviezen op (4) hoofdlijnen

De eerste pluriformiteit, toegankelijkheid en zichtbaarheid van het aanbod met een oproep om vooral breder te subsidiëren, is begrijpelijk en toe te juichen. De jeugd heeft de toekomst, dus geef hen de vleugels om (hoog) te vliegen. Toch stemt het ook droevig wanneer ik bedenk dat de huidige gesubsidieerde gezelschappen (BIS) waarschijnlijk snel in zwaar financieel weer zullen belanden wanneer de subsidie ook naar toegankelijker meer hedendaagse dans zal gaan. Dus investeer meer, ook in nieuwe initiatieven en consolideer wat goed is en zichzelf blijft bewijzen (ook gezien het geluksverhogend effect van het zien van een dansvoorstelling, zie citaat verder in dit stuk).

En het tweede, dansaanbod op maat in het hele land, dus differentiatie naar regio en cultuur, ook zeer begrijpelijk en ook verwonderlijk. Natuurlijk moet je als ondernemer aansluiten op de vraag en jouw aanbod aan weten te passen aan wat er regionaal in de cultuur gewenst wordt enerzijds. Anderzijds is het ook gewenst dat precies de aanbieders die het verschil durven maken, belangrijke spelers kunnen worden, in een anders snel vervlakkend cultureel landschap. Het advies ‘zorg ervoor dat ook de jonge (experimentele dans en klassiek ballet) gezelschappen zich met een regio verbinden en dansmakers elkaar kunnen versterken’ is de gouden tip en oproep aan diverse gemeenten (groot en klein) om toch vooral te faciliteren.

Het draagvlak vergroten en bruggen met andere culturele maatschappelijke domeinen bouwen, lijkt me werkelijk een niet te bediscussiëren belang en wel in diverse maatschappelijke domeinen; sport, onderwijs, zorg. Ik zou zeggen: overheid, investeer, organiseer en initieer.

Ten slotte: professionalisering, daar raakt de raad een gevoelig punt. Dit wordt later ook toegelicht en onderbouwd met onder andere een artikel van Gijs Scholten van Aschat: dansers (professioneel opgeleide, uitvoerende dansers) werken vaak onder- of onbetaald. Daarom wordt gepleit voor maatschappelijke inbedding, publieksbinding, pluriformiteit en toegankelijkheid. Onze leden: dansers, docenten en dansschoolleiders doen dat, met voorstellingen van de leerlingen, door vernieuwing en kwaliteit te borgen, vaak door hard te werken en voor weinig beloning, afgezien van blije, trotse leerlingen en ouders.

Een stevig pleidooi

Deze raad houdt een stevig pleidooi voor de dans in alle gebieden en daarvoor zoekt zij in zoveel mogelijk richtingen, waardoor de kracht van de focus en het verbindend vermogen van de gemeenschappelijke pijlers vergeten lijkt. Pijlers die onder meer door Dansbelang en haar leden gedragen en gekoesterd worden. Voor ons is de oproep naar pluriformiteit een goede; in veel van onze scholen staan urban en ballet al naast elkaar en mixen hier en daar.

Een citaat waarmee ‘de burger’ wordt opgeroepen toch vooral meer te investeren in cultuur:

‘Uit uiteenlopende onderzoeken blijkt dat dansen en kijken naar dans een goed gevoel geeft. In 2016 onderzochten Bryson en MacKerron hoeveel voldoening mensen haalden uit hun dagelijkse activiteiten. Zij constateerden dat mensen bijna het grootste geluk rapporteerden tijdens een bezoek aan theater, dans of concerten. Hun geluksgevoel steeg daardoor met 9,29 procent te opzichte van hun normale geluksniveau; alleen de gerapporteerde stijging tijdens intimiteit en het bedrijven van de liefde was groter. Zelf zingen en optreden scoorden ook hoog; die verbeterden het geluksgevoel met 6,95 procent. Over het verbindende, plezierige en soms helende karakter van dans lijken, kortom, geen misverstanden te bestaan’ (pag 51).

Het gezegde ‘goede wijn behoeft geen krans’ gaat helaas niet op voor onze dans. Om dans te laten floreren moet er blijvend worden geïnvesteerd: tijd en energie door de uitvoerend dansers (en de docenten) en financiële ondersteuning, zodat de danser kan oefenen, werken en trainen, omdat dat het werk is en de bloem van de uitvoering, hoe deze dan ook komt, de bekroning van vele uren, dagen, maanden, jaren gedisciplineerd werken.

Laten wij allen vaker zulke bloemen kopen, dansvoorstellingen bezoeken en voorleven hoe mooi het is en gelukkig het maakt, dans te zien, dans te doen en dans te denken en laten wij dan ook jongeren meenemen en hen leren te kijken. Dan doen wij wat de raad adviseert, dan groeit de dans en zal er meer stromen en alles meer in beweging komen.

Vincent Harry,
Voorzitter Dansbelang